Scheveningse Bosjes / Westbroekpark

Marinehoofdkwartier

toon op de kaart
  • Status
    Gemeentelijk Monument
  • Wijk
    Westbroekpark
Registerblad 

De Atlantikwall.

Eind 1941 besloot het Duitse opperbevel tot de aanleg van de Atlantikwall langs de Europese Westkust. De aanleg van deze verdedigingslinie vond in de jaren 1942-1945 plaats. Het doel was in geval van een tweefrontenoorlog de geallieerden aan de kust te verslaan. Bij de opzet van de Atlantikwall lag de nadruk aanvankelijk op strategisch belangrijke plaatsen (zoals havens en zeegaten). In Nederland kregen daarom Den Helder, IJmuiden, Hoek van Holland en Vlissingen de meeste aandacht en de hoogste status ("Verteidigungsbereich" en/of "Festung"). Ook Den Haag/Scheveningen werd, als kustplaats en bestuurlijk centrum, als potentieel interessant doelwit voor een invasie cq. "raid" gezien. Aan Den Haag/Scheveningen werd dan ook de op een na hoogste status verbonden ("Stützpunktgruppe"). Het geheel van verdedigingswerken, dat een groot deel van het Haagse en een kleine deel van het Wassenaarse grondgebied besloeg, kreeg de benaming "Stützpunktgruppe Scheveningen" mee.

Marinehoofdkwartier (Führer der Schnellboote).
In de loop van 1943 werd in het Van Stolkpark het marinehoofdkwartier van de Führer der Schnellboote (F.d.S.) gevstigd. De F.d.S. stond rechtstreeks onder het opperbevel van de Duitse zeemacht. Alle in Europa opererende motortorpedobootflottieljes vielen organiek onder de F.d.S. Operationeel voerden de plaatselijk zeemachtsbevelhebbers het bevel over deze flottieljes. Aan de Nederlandse kust opereerden flottieljes vanuit Rotterdam, Den Helder en IJmuiden. In het najaar van 1944 werd het hoofdkwartier van de F.d.S. naar Sengwärden (Noord Duitsland, ten noorden van Wilhelmshafen) verplaatst. In november 1944 werd het complex van de F.d.S. door de Seekommandant Mittelholland in gebruik genomen.

A. Lokatie.
Het hoofdkwartier van de F.d.S. werd in de Scheveningse Bosjes gevestigd. De grootste concentratie van werken werd in het deel rond de Belvédère gebouwd. Dit bosperceel van circa 300 bij 300 meter ligt ingesloten tussen de Duinweg, Belvédèreweg, Prof. P.S. Gerbrandyweg en de Waterpartij. Aan de rand van het Westbroekpark ligt min of meer ter hoogte van het centrale deel het radiozendstation van de F.d.S.

B. Verschijningsvorm en hoofdonderdelen.
Het hoofdkwartier bestaat uit een groot aantal, ondergronds gelegen werken. In het gebied rond de Belvédère lag centraal een grote commandobunker. In een kring om deze bunker heen en daar veelal door middel van overdekte loopgraven mee verbonden, lagen diverse andere werken, waarin ondermeer ondersteunende functies ondergebracht waren. Het complex bezat zowel een nabijverdediging in de vorm van een kring van mitrailleuropstellingen als een eigen luchtafweer. Voor dat laatste doel waren er diverse opstellingen met luchtafweergeschut gebouwd. In het nabijgelegen Westbroekpark lag tenslotte nog het radiozendstation van F.d.S.

C. Samenstellende onderdelen.
De naoorlogse sloop bleef in dit complex beperkt tot bovengrondse delen van objecten en de versperringen. De meeste werken in het centrale parkgedeelte werden ontoegankelijk gemaakt en, voor zover nodig, onder de grond gewerkt en beplant.

In het complex bevinden zich 24 relevante werken. Daarvan zijn er zeven van de categorie met het grootste weerstandsvermogen (Ständiger Ausbau in Stahlbeton), zeventien objecten hebben een lager weerstandsvermogen (Feldmässiger Ausbau).

Ständiger Ausbau in Stahlbeton.

1. Commandopost.
Het ontwerp van deze bunker is afkomstig van de Duitse marine. Dit standaardtype staat bekend als Regelbau V 149, Befehlsstand für den Führer der Schnellboote. Nr.1 heeft als Baunummer 8705.

Deze centraal in het complex ondergronds gebouwde, omvangrijke bunker was een van de grootste St-bunkers in Den Haag. In deze commandopost bevinden zich vele aparte vertrekken (werkvertrekken, afwachtingsruimten en installatieruimten). Aan een korte zijde wordt de bunker door middel van een overdekte loopgraaf ontsloten. Het object heeft twee ingangen, die beide aansluiten op één gassluis. Vanuit een speciale ruimte in de bunker kon de loopgraaf worden bestreken (nabijverdediging). Tegenover de entrees bevindt zich een schietgat. Vanuit de ruimten achter deze schietgaten kon de ingang onder vuur genomen worden (ingangsverdediging). De bunker is voorzien van een open waarnemingspost.

De V 149 behoort tot de zeer zelden gebouwde bunkertypes. In Europa zijn er twee bekend, die beide in Nederland zijn gebouwd. Ook het andere exemplaar (Utrecht) bestaat nog.

2. Commandopost.
Het ontwerp van deze bunker is afkomstig van de Duitse landmacht. Dit standaardtype is bekend als Regelbau 610, Gefechtsstand für eine verstärkte Kompanie oder für Batterie-Offizier. Nr.2 heeft als Baunummer 8706. De bouw vergde 850 m3 beton, 45 ton wapeningsijzer en 9,6 ton ijzeren balken.

De 610 was de kleinste, speciaal als commandopost ontworpen bunker. In deze ondergrondse commandopost bevinden zich enkele aparte vertrekken (werkvertrekken, afwachtingsruimten en installatieruimten). Aan een korte zijde wordt de bunker door middel van een overdekte loopgraaf ontsloten. Het object heeft twee ingangen met elk een gassluis. Vanuit een speciale ruimte in de bunker kon de loopgraaf worden bestreken (nabijverdediging). Tegenover de entrees bevindt zich een schietgat. Vanuit de ruimten achter deze schietgaten kon de ingang onder vuur genomen worden (ingangsverdediging).

De 610 is redelijk veel toegepast. In Europa zijn er minimaal circa 75 gebouwd. Den Haag kende er maar één.

3. Groepsonderkomen.
Het ontwerp van deze bunker is afkomstig van de Duitse landmacht. Dit standaardtype staat bekend als Regelbau 622, Doppelgruppenunterstand. Het Baunummer van nr. 3 is 8707. De bouw vergde 650 m3 beton, 30 ton wapeningsijzer en 3,8 ton ijzeren balken.

De bunker bestaat uit twee afwachtingsruimtes voor het onderbrengen van twee groepen van tien man. Aan een lange zijde wordt de bunker door middel van een overdekte loopgraaf ontsloten. Het object heeft twee ingangen. Beide ingangen geven toeggang tot de beide afwachtingsruimte via één gassluis. Vanuit de afwachtingsruimten kunnen de ingangen via afsluitbare schietgaten verdedigd worden. De bunker is voorzien van twee open waarnemingsposten.

Type 622 is het meest gebouwde Ständige-bunkertype. In Europa zijn er minimaal circa 1700 gebouwd. In Den Haag stonden er twaalf, daarvan bestaan er nog acht.
4. Keuken.
Het ontwerp van deze bunker is afkomstig van de Duitse landmacht. Dit standaardtype staat bekend als Regelbau 645, Unterstand für 1 Küche. Het Baunummer van nr. 4 is 8708. De bouw vergde 605 m3 beton, 27 ton wapeningsijzer en 4,8 ton ijzeren balken.

Type 645 was bestemd voor een keuken ter verzorging van maximaal 200 man. De bunker bestaat, naast een ingang en gassluis, uit vier ruimtes. In één ervan, de keukenruimte, was plaats voor een grote veldkeuken, die door een grote opening in de wand aan de ingangszijde naar binnen gereden werd. Deze opening werd meestal gebruikt om het eten uit te reiken. In plaats van een veldkeuken kon ook een vast fornuis ingebouwd worden. Verder bevat de bunker een afwachtingsruimte voor drie man en twee opslagruimtes voor voorraden en toebehoren.
Aan een lange zijde wordt de bunker door middel van een overdekte loopgraaf ontsloten. Het object heeft naast de inrij-opening een personeelsingang. Deze geeft geeft via een gassluis toeggang tot de afwachtingsruimte en de keukenruimte. Vanuit de afwachtingsruimte kan de ingang via een afsluitbaar schietgat verdedigd worden. De bunker is voorzien van twee open waarnemingsposten.

De 645 behoort tot de zelden gebouwde bunkertypes. In Europa zijn er minimaal circa 30 gebouwd. Den Haag kende er zes, die alle nog bestaan.

15. Bunker voor waterverzorging.
Het ontwerp van deze bunker is afkomstig van de Duitse landmacht. Dit standaardtype is bekend als Regelbau 675, Kleinstunterstand für Wasserversorgung. Nr. 15 heeft als Baunummer 8709. De bouw vergde 210 m3 beton, 10 ton wapeningsijzer en 1,4 ton ijzeren balken. Het ontwerp behoort tot een reeks van Kleinststände. Dit zijn - teneinde grondstoffen uit te sparen - kleine, eenvoudige, relatief dunwandige bunkers.

In type 675 kon een watervoorraad beschermd ondergebracht worden. De bunker heeft - naast een entree met gassluis - één ruimte, waarin de watervoorraad was in vaten was opgeslagen, totale capaciteit 10 à 12 m3. In de gassluis bevond zich een handpomp voor het vullen van de waterhouders.

De 675 behoort tot de zelden gebouwde bunkertypes. In Europa zijn er minimaal circa 35 gebouwd. Den Haag kende er vier, daarvan bestaan er nog drie.

25. Onderkomen.
Het ontwerp van deze bunker is afkomstig van de Duitse landmacht. Dit standaardtype is bekend als Regelbau 668, Kleinstunterstand für 6 (9) Mann. Nr. 25 heeft als Baunummer 8775. De bouw vergde 210 m3 beton, 10 ton wapeningsijzer en 1,4 ton ijzeren balken. Het ontwerp behoort tot een reeks van Kleinststände. Dit zijn - teneinde grondstoffen uit te sparen - kleine, eenvoudige, relatief dunwandige bunkers.

Deze bovengrondse, aangeaarde bunker bestaat uit een afwachtingsruimte, die door middel van een gassluis betreden kan worden. De bunker is bestemd voor het onderbrengen van zes of negen man. Zittend kon bovendien nog achttien man in de bunker dekking vinden.

Dit type is in overvloed toegepast. In Europa zijn er minimaal circa 500 gebouwd. In Den Haag stonden er vier, daarvan zijn er nog twee over.

26. Machinebunker.
Het ontwerp van deze bunker is afkomstig van de Duitse marine. Dit standaardtype is bekend als Regelbau V 192, Stand für Maschinensatz. Nr. 26 heeft als Baunummer 8774.

Deze bovengrondse, aangeaarde bunker besaat uit een aantal ruimtes, waarvan de bestemming niet bekend is. Het object heeft één ingang met een gassluis. Vanuit een speciale ruimte in de bunker kon de ingangszijde worden bestreken (nabijverdediging). Tegenover de entree bevindt zich een schietgat. Vanuit de ruimte achter dit schietgat kon de ingang onder vuur genomen worden (ingangsverdediging).

De V 192 behoort tot de zeer zelden gebouwde bunkertypes. In Nederland is er één gebouwd.

Feldmässiger Ausbau.

Verspreid over het terrein van het F.d.S.-complex bevinden zich nog zeventien werken. Twee ervan - de woonschuilplaaten 8 en 14 - zijn aangesloten op het overdekt loograafstelsel. Het gaat in de meeste gevallen om simpele, gestandaardiseerde werken met muren van baksteen en betonnen vloer- en dakplaten. Alle werken liggen ondergronds. Het gaat om:

6, 7, 8, 9, 11, 12, 14 en 16. Woonschuilplaatsen (Mannschaftsbunker).

10 en 28. Watervoorraadbunkers (Wasserbehälterbunker).

27b, 27c en 27d. Tobruk.
De oorspronkelijk vier Tobrukstände binnen het F.d.S.-complex hadden de Baunummers 8601 tot en met 8604.
De Tobrukstand of offener Ringstand werd in 1942 ingevoerd. De Tobruk bestaat uit een gewapend betonnen gevechtsruimte met een achthoekig of rond gat in het dak en een kleine rechthoekige verblijfsruimte cq munitieberging. Het meest voorkomende type 58c was bestemd voor een mitrailleur.

18 en 22. Opstellingen voor luchtafweergeschut (Leichte Flakstand mit Unterkunft und Muni).

Deze opstellingen bestonden elk uit drie losse elementen: een open opstelling voor het geschut, een onderkomen voor de bediening en een munitiebergplaats. De bouwdelen waren onderling verbonden met stukken overdekte loopgraaf. De open opstelling en de munitiebergplaats van nr. 22 liggen in het talud van de Waterpartij. Een overdekte loopgraaf onder de Hoge Weg verbond deze werken met het onderkomen, dat zich in de tuin van Hoge Weg 8 bevindt.

R.31 en R.32. Mast- en tuifunderingen.

Het centrale deel bezit nog vrijwel alle objecten. De stelling is een typerend en relatief gaaf voorbeeld van een groot en belangrijk commandocentrum. Het lange tijd functioneren als commandocentrum voor de F.d.S. - een unieke functie - geeft dit complex een extra dimensie. Het complex toont goed aan hoe deze nieuwe structuur op basis van optimale camouflage in de omgeving ingeplant werd. De stelling heeft de oorspronkelijke context behouden en is inmiddels op een aanvaardbare wijze in het landschap geïntegreerd. Het complex bezit nog bijna alle St-bunkers.

Het terrein van en de 24 onderscheiden objecten binnen het F.d.S.-complex zijn van algemeen belang voor de gemeente Den Haag wegens hun cultuurhistorische waarde en hun betekenis voor de wetenschap.

 

Machinebunker 26   (8774/V 192)
Scheveningse Bosjes/Westbroekpark