Plein 2a en 2b

Ministerie van Justitie

toon op de kaart
  • Status
    Rijksmonument
  • Architect
    Peters, C.H.
  • Monument nr.
    17881
  • Bouwstijl
    Neo-Renaissance
  • Wijk
    Centrum
  • Bouwjaar
    1876-1883
Registerblad 

Ministerie van Justitie. GEBOUW in neorenaissancestijl naar ontwerp van G.H.Peters opgetrokken in 1876-1883. Het uit een kelderverdieping, parterre en twee verdiepingen bestaande gebouw is samengesteld uit vier vleugels om een binnenplaats.

De noordelijke en zuidelijke vleugel zetten zich in westelijke richting voort en omsluiten daar een tweede binnenplaats. Het gebouw draagt hoge, met leien gedekte zadeldaken, bekroond door ijzeren sierkammen. De voorgevel aan het Plein wordt verticaal geleed door drie risalieten, waarvan de buitenste door waterlijsten en tussentrappen gelede puntgevels hebben, terwijl de middelste, waarin de tot ingang verbouwde porte-cochere, een tentdak draagt, waarvoor een opzetstuk met wijzerplaat.

De meest rechtse risaliet heeft een rijk gebeeldhouwde erker op consoles. De zijgevel aan de Lange Poten telt eveneens drie risalieten, waarvan de meest westelijke een erkeruitbouw met rijke sculptuur bezit. Te weerszijden hiervan allegorische vrouwenfiguren: de Waarheid en de Spaarzaamheid, gebeeldhouwd door B.J.W.M. van Hove te Amsterdam. Het metselwerk van de gevels wordt verlevendigd door natuurstenen banden, negblokken en sierankers. De vensters hebben natuurstenen kruiskozijnen en ontlastingsbogen met blokken, sluitstenen met maskerkoppen en vlechtwerkvullingen. In de topgevels van de risalieten cartouches en medaillons, waarin de koppen van zes rechtsgeleerden.

De aanzetten van de topgevels worden gemarkeerd door gebeeldhouwde dierenfiguren met wapenschilden der provincies. De voormalige porte-cochere aan de Pleingevel is in drieën gedeeld door met rusticabanden versierde pijlers, waarboven zware consoles, die de bovenbouw van de middenrisaliet dragen. De kelders, die onder het gehele gebouw doorlopen, zijn met gemetselde tongewelven overkluisd. De parterre bevat, achter de middenpartij van de voorgevel, een hal (de v.m. porte-cochere) met zuilen, voorzien van composiete kapitelen, gecanneleerde pilasters tegen de wanden en kruisribgewelven.

Het gebouw telt drie trappenhuizen. Twee daarvan zijn gesitueerd in de noordelijke vleugel en hebben zuilen met composiete kapitelen, pilasters en smeedijzeren balustraden met koperen lantaarns. In het noord-westelijke trappehuis, uitwendig torenvormig opgetrokken en met een tentdak bekroond, bevindt zich een kapiteel met reliëf, dat de bouwmeester C.Peters voorstelt, gezeten aan zijn tekentafel.

Het derde trappehuis bevindt zich in een ronde traptoren met spits tegen de achterzijde van de verlengde zuidelijke vleugel en is geconstrueerd als stenen wenteltrap met open spil, afgesloten door een straalgewelf. De gangen van de parterre zijn overkluisd door graatgewelven op eenvoudige pilasters; alleen de noordelijke gang heeft kruisribgewelven op pilasters met composiete kapitelen. De deuren naar de aan deze gang gelegen vertrekken hebben houten omlijstingen en bekronende tableaux van blauwe tegels.

Aan het einde van de noordelijke vleugel de v.m. Archiefruimte, thans drukkerij, een driebeukige zaal met veertien Toscaanse zuilen met net- en stergewelven. Aan het einde van de zuidelijke vleugel een kleine archiefzaal, thans typekamer, met vier Toscaanse zuilen en graatgewelven. Een derde v.m. archiefruimte bevindt zich aan de westzijde van de binnenplaats onder de bibliotheek en is thans als cantine in gebruik. Twee zware zuilen dragen hier zes vakken met graatgewelven.
Op de noord-oost hoek van het gebouw bevindt zich de v.m. conciergewoning, uitwendig herkenbaar aan de gebeeldhouwde hondekoppen in de waterlijst te weerszijden van de deur, de waakzaamheid symboliserend. In de keuken van de conciergewoning een schouw met wanden met 17e eeuws tegeltableaux. Alle vertrekken op de parterre hebben gemetselde kruisrib- of graatgewelven.

Op de binnenplaats een smeedijzeren sierlantaarn op hardstenen voet. De gangen van de eerste verdieping worden overdekt door balkenplafonds, op gemetselde togen, met uitzondering van het gedeelte bij de kamer van de minister en de zaal van de ministerraad, waar een netgewelf is toegepast. De vloer van de gangen bestaat uit marmer, versierd met een meandermotief.
De ministerskamer op de n.o. hoek draagt een balkenplafond op consoles en bezit betimmeringen in neo-renaissancestijl. De schouw heeft marmeren zuiltjes, een gebeeldhouwd acanthusfries en een schoorsteenstuk van A. van Strij uit 1780. Boven de deuren te weerszijden van de schouw dessus-de-portes met graauwtjes in 18e eeuwse trant. Aan de zijde van het Plein heeft deze kamer een rechthoekige erkeruitbouw met hoekpilasters, voorzien van composite kapitelen. Het meubilair in deze kamer is afkomstig uit de zaal van de ministerraad.

Het naast de ministerskamer gelegen vertrek van de kamerbewaarder heeft een cassettenplafond, betimmering en dessus-de-porte met portret van koning Willem III. De kamer van de staatssecretaris bezit een cassettenplafond, betimmering en schouw, waarvan het schoorsteenstuk is verdwenen. Het voorportaal van de ministerskamer en de zaal van de ministerraad heeft boven de deuren een beschildering, voorstellend Justitia en twee wapenschilden.

De zaal van de ministerraad, die het gehele middengedeelte van de vleugel aan de Pleinzijde beslaat, heeft een rijk cassettenplafond, betimmeringen, een erkeruitbouw met houten zuilen, waarvan de schatten versierd zijn met cannelures en de kapitelen de Corinthische orde vertonen, twee schoorsteenmantels van zwart en groen marmer met wit marmeren kapitelen en in de boezem in reliëf uitgevoerde borstbeelden. Deze stellen voor koning Willem III en koningin Emma, gebeeldhouwd door B.J.W.M. van Hove. Boven de deuren te weerszijden van de schoorsteenmantels dessus-de-portes en N.van der Waaij, E.S.Witkamp Jr. en H.J.Haverman, voorstellend allegorische onderwerpen. Voorts in deze zaal twee dressois met caryatiden naar ontwerp van C.Peters. Twee koperen lichtkronen, uit deze zaal afkomstig hangen thans in het achterste trappehuis.

Aan de westzijde van de binnenplaats bevindt zich de bibliotheek. Langs de wanden van deze ruim dertien meter lange zaal boven elkaar drie op smeedijzeren consoles rustende gaanderijen van ijzer met eveneens ijzeren balustraden. In een der hoeken een smeedijzeren wenteltrap met spil en a jour gegoten treden. De lichtkoepel bevat een glas in loodraam van de fa.Nicolas te Roermond. Op deze verdieping hebben aan het einde van de zuidelijke vleugel de kamers nr XIV, XV en XVI beschilderde houten plafonds uit de 17e eeuw, afkomstig uit het ter plaatse van het tegenwoordige gebouw gestaan hebbende vroegere ministerie van Justitie, het Huygenshuis en het Stadhouderlijk Kwartier op het Binnenhof.

De gangen op de tweede verdieping hebben parketvloeren, met uitzondering van het gedeelte bij het oostelijke trappehuis, waar marmer is toegepast. De gangen worden overdekt door balkenplafonds op gemetselde togen.

Op de tweede verdieping bevindt zich boven de zaal van de ministerraad de zaal van de Hoge Raad van Adel met cassettenplafond, brede erker met houten zuilen, voorzien van composiete kapitelen en een rijk gesneden kastenwand met versierde pilasters en paneeldeuren, gedateerd 1881. Voorts twee schouwen, waarvan de noordelijke een spiegel in gesneden omlijsting bezit en de zuidelijke boven de zwart marmeren mantel een gebeeldhouwd paneel vertoont, waarin de kwartierstaat van koning Willem III. Het hiernaast gelegen vertrek, boven de kamer van de minister, is de v.m. gratiekamer.

Hier bestaat de aankleding uit een balkenplafond en een schouw, gedateerd 1880. Tegen de wanden pilasters met kapitelen en gebeeldhouwde koppen. De natuurstenen schouw heeft marmeren zuiltjes. De kamers 36 en 37a op deze verdieping, aan het einde van de zuidelijke vleugel, hebben beschilderde balkenplafonds uit de 17e eeuw. In de oostelijke gang op de eerste verdieping, nabij de zaal van de ministerraad, twee in neorenaissancestijl gesneden banken, vroeger bestemd voor het wachtende publiek bij audienties. Een derde bank, behorend tot dit stel, staat thans in de gang op de tweede verdieping. Voorts in deze laatste gang een bank uit de 17e eeuw. In de gang op de eerste verdieping een in ijzer en koper uitgevoerde kapstok uit de bouwtijd van het ministerie. Alle deuren in het gebouw bezitten nog de authentieke koperen sloten en handvatten.

Detail middengedeelte voorgevel.
Opname D. Valentijn, 1 oktober 1999.
Detail entree
Detail kraagstenen van de erker aan de gevelzijde langs het Plein.
Detail van de topgevel aan de zijde van de Lange Poten.