Van Alkemadelaan 1256

Doodencel 601 c.a.

toon op de kaart
  • Status
    Gemeentelijk Monument
  • Wijk
    Belgisch Park
Registerblad 

Het complex de voormalige Cellenbarak grenst aan de Strafgevangenis te Scheveningen, die in de jaren 1883-1886 werd gebouwd en de Bijzondere Strafgevangenis voor Mannen, die in de jaren 1909-1911 verrees. Ter "opneming van niet wegens smokkelarij veroordeelden" bouwde men in de ommuurde tuinen ten westen van de Bijzondere Strafgevangenisbestrijding in 1919 een Cellenbarak met 501 cellen. Bij en ten behoeve van de aanleg van de Van Alkemadelaan werd op kosten van de gemeente in 1937 een tweede ringmuur opgetrokken, vijf meter van de oude. De Cellenbarak bestond globaal uit een hoofdgang (corridor) aan de zijde van de Van Alkemadelaan, met daarachter zeven haakse cellengangen en ervoor een reeks dienstvertrekken. De zeven cellengangen (A tot en met G) waren via puien van de hoofdgang gescheiden.

De bezetting
Tijdens de bezetting 1940-1945 werd het Scheveningse gevangeniscomplex in gebruik genomen als de 'Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis' en de daaraan verbonden 'Polizeigefängnis' en later tevens de 'Kriegwehrmachtsgefängnis'. De 'Polizeigefängnis' was het domein van de Sicherheitspolizei und SD, de dienst die hoofdzakelijk was belast met de opsporing en arrestatie van tegenstanders van het Nazi-regime. In het najaar van 1940 nam de SD de Cellenbarak in gebruik. Dit complex werd ook door de bezetter uitgebreid en sindsdien 'Cellenbarakken' genoemd. De Celenbarakken herbergde merendeels verzetslieden, onder wie prominenten uit het hele land, reden waarom ze algauw de erenaam 'Oranjehotel' kreeg, een naam die ook op de Strafgevangenis sloeg. In de Cellenbarak zijn ongeveer 26.000 SD-gevangenen korte of langere tijd gedetineerd.
Na de bevrijding is de Cellenbarak eerst vanaf 12 mei 1945 in gebruik geweest als interneringskamp voor politieke delinquenten. In 1950 werd de Cellenbarak in gebruik genomen als Huis van Bewaring II, ressorterende onder de Strafgevangenis.

De 'Doodencellen'
Tijdens de bezetting werd - na een doodvonnis - een veroordeelde in de Cellenbarak in principe in een andere cel gezet dan voorheen. De dodencellen lagen in het voorste deel van gang D. Veroordeelden mochten hun cel niet meer verlaten en werden op enig moment voor executie naar de Waalsdorpervlakte gebracht.

'Doodencel 601'
In 1946 werd het Comité 'Oranjehotel' opgericht met als doelstelling #een blijvende herinnering aan te brengen aan het Oranjehotel in de vorm van een monument of gedenkplaats en enkele zg 'doodencellen' te bewaren als een soort bedevaartplaats#. In 1946 koos het comité cel nummer 601 in de middelste gang D - de achtste cel vanaf de dienstvleugel aan de westzijde - uit als te bewaren cel. Vermoedelijk is de keuze ingegeven door de ruime aanwezigheid van stichtelijke, meer in het bijzonder godsdienstige teksten op de wanden, waarvan de oorsprong overigens deels vooroorlogs is en er tevens sprake is van een naoorlogse 'nakerving'. Deze cel werd in haar oorspronkelijke gedaante met de standaard-inventaris uit WOII bewaard en verder ingericht met een verlichte vaas met steeds verse bloemen en een album met foto's en korte levensbeschrijvingen van alle gevallen gedetineerden, later uitgegroeid tot de vier 'Doodenboeken'. De inrichting werd gecompleteerd met enkele bijbels en een (gesigneerd) portret van Koningin Wilhelmina boven de deur.
De cel werd op 5 oktober 1946 ingewijd door mevrouw A.M.C. Baronesse van Lynden-Van den Bosch, dochter van de bekende predikant Arie van den Bosch, die na een verblijf in het Oranjehotel in Kamp Amersfoort was omgekomen.
Bij alle naoorlogse renovatiewerkzaamheden in het Huis van Bewaring II werd cel 601 ontzien. In 1990 werd er een beschermende deur van twee bij twee meter aangebracht, bestaande uit een oranje geschilderde stalen raamwerk gevuld met slagvast glas.
In de cel bevinden zich tegenwoordig de standaard-uitrusting uit WOII: de kribbe met matras en hoofdkussen, de klaptafel met lamp, twee planchetten, de kapstok, twee dekens, de Kübelton, Schemel, waterkan, emmer, wasblik, mok met twee houten messen en één houten lepel. Daarnaast het portret van Koningin Wilhelmina en een (nieuwe) zuil met verlichting. De bijbels zijn verwijderd, de "Doodenboeken" en de vaas met bloemen keren bij de jaarlijkse herdenking op.. tijdelijk terug.

Het Poortje
De wandelpoort in de buitenste ringmuur (links van de inrijpoort) wordt sinds 1949 alleen nog geopend voor de jaarlijkse herdenking. Zo bewaart deze poort als monument de herinnering aan "allen die tijdens de Bezetting hierdoor naar binnen of naar buiten waren gegaan". Er werd een bronzen plaquette aangebracht met een tekst van de dichter en oud-gevangene Anthonie Donker: "1940-1945 Gedenk hun laatste gang door deze lage poort. Hun leven voor vrijheid en recht gegeven. Zet hun strijd voort." Rechts van de inrijpoort werd een nieuwe wandelpoort aangebracht.

Het Monument
Het monument werd in 1950 aangebracht. Het is een ontwerp van de architect Dirk Roosenburg en werd uitgevoerd door de Voorburgse beeldhouwer Albert Termote. Het monument van Franse kalksteen is een manshoog reliëf en is geplaatst in de buitenste ringmuur op de hoek van de Van Alkemadelaan en de Stevinstraat. De sculptuur beeldt een groep geketende gevangenen uit, geschaard rond de geknotte Oranjeboom. De groep wordt omsloten door een prikkeldraadversperring, waarbinnen slangen, symbolen van het kwaad, dreigend hun kop opheffen. Onder het tafereel staat vermeld: "1940-1945" en ernaast in tweeën: "Zij waren eensgezind", een tekst van oud-gevangene en kunstenaar Henri Pieck. Het monument werd op 16 september 1950 door Koningin Juliana onthuld.

Motivatie
Dodencel 601 is van enige architectuurhistorische waarde als een uniek en redelijk gaaf voorbeeld van een tijdelijke cel uit de periode van de Eerste Wereldoorlog. De werkelijke betekenis is de zeer hoge historische waarde vanwege het feit dat Cel 601 in de jaren 1941-1945 ter dood veroordeelde tegenstanders van het Nazi-regime heeft geherbergd. De Cel is min of meer in de staat van 1945 bewaard gebleven. Voor oud-gedetineerden, nabestaanden en andere slachtoffers van de Bezetting is de cel een bedevaartsoord. De cel is een tastbaar relict dat op indringende wijze de verschrikkingen van een duistere periode in herinnering roept.

NB.
Cel 601 kan niet los gezien worden van haar omgeving. De bescherming strekt zich dan ook uit over Cel 601 en de route, die de ter dood veroordeelden destijds aflegden via gang D, door het complex van de dienstvertrekken, over de binnenplaats en via de oorspronkelijke wandelpoort door de buitenste ringmuur (inclusief de plaquette). Daarnaast strekt de bescherming zich uit over het deel van de ringmuur op de hoek van de Van Alkemadelaan en de Stevinstraat en de daaraan aangebracht sculptuur.